VNMI en haar leden zijn zich bewust van de belangrijke maatschappelijke rol van metalen. Zo zijn de klimaatdoelstellingen van Parijs niet haalbaar als er geen ‘cleantech’ (i.e. zonnepanelen, batterijtechnologie en windmolens) wordt ingezet. Cleantech is echter alleen mogelijk dankzij de toepassing van metalen. Daarnaast zijn metalen bij uitstek geschikt voor de opzet van een circulaire economie in Nederland en de EU. Daarom heeft VNMI meegeschreven aan de Nationale Transitieagenda Circulaire Economie van de Nederlandse maakindustrie. Ook op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen is VNMI actief. Zo heeft VNMI het initiatief genomen om te komen tot een IMVO-convenant voor de metaalketen samen met de Nederlandse Rijksoverheid, NGO’s en de SER.

VNMI en Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)

Wat is IMVO?
Metallurgische bedrijven zijn vrijwel altijd internationaal actief. Grondstoffen en halfproducten komen uit het buitenland en veel van de vervaardigde producten worden geëxporteerd. Sommige bedrijven hebben ook buitenlandse investeringen. Bij deze vormen van internationaal zakendoen zijn spelregels van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) relevant. VNMI helpt haar leden om met IMVO aan de slag te gaan.

Het idee is dat bij de VNMI aangesloten bedrijven in hun internationale relaties trachten om problemen voor mens, milieu en maatschappij zo veel mogelijk te voorkomen. Afhankelijk van de aard, positie en formele verantwoordelijkheid moeten zij bij IMVO ook aandacht besteden aan issues ver terug in toeleveringsketens. Voor  Nederlandse / westerse bedrijven zijn de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen richtinggevend. Uiteindelijk is IMVO voor ieder bedrijf echter maatwerk. Veel hangt af van de aard van de risico’s en de praktische mogelijkheden om deze aan te pakken. Daarbij zijn onder andere de positie en invloed in de keten relevant. Vaak moet worden samengewerkt met leveranciers, klanten, maatschappelijke organisaties en/of binnen de sector.

Sommige bedrijven zullen niet uitsluitend potentiële negatieve impacts willen voorkomen (‘do-no-harm’). Als zij positief willen bijdragen aan het internationale welzijn van mens, milieu en maatschappij (‘do good’), dan zijn de Sustainable Development Goals een bron van inspiratie.

Waarom IMVO?
Metalen hebben onder andere vanwege de kwaliteit, levensduur en recyclebaarheid over het algemeen een positief imago. Als trotse producenten van metaalproducten willen we daarom voorkomen dat onze eigen bedrijfsprocessen, toeleveringsketens of andere zakenrelaties geassocieerd worden met bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen, kinderarbeid, milieuschade of corruptie.

Er zijn meerdere redenen voor VNMI om met IMVO aan de slag te gaan, waaronder:

Eisen en verwachtingen van klanten: Net zoals is gebeurd in veel andere sectoren worden met name veel eindgebruikers van metaalproducten steeds kritischer op de duurzaamheidsprestaties van materialen en toeleveranciers. Dit speelt vooral in de automobielsector, klanten bij de overheid (in het kader van duurzaam inkopen), de bouw (bijvoorbeeld in de context van ‘duurzaam bouwen’ en BREEAM/LEED certificering van duurzame gebouwen) en bij producenten van consumentenmerken. De London Metal Exchange is van plan om metaalbedrijven die geassocieerd kunnen worden met kinderarbeid te schrappen van de lijst van goedgekeurde leveranciers (Reuters). Illustratief zijn ook de inspanningen van de automobielindustrie: What is Drive Sustainability?

Overige sectoren: Buiten de metaalketen om zijn ook andere sectoren actief op het vlak van IMVO. Denk aan steeds strengere duurzaamheidseisen bij financiering (leningen van banken, subsidies, exportkredietverzekeringen) en deelname aan handelsmissies. Aandacht voor IMVO is ook steeds belangrijker om een aantrekkelijke werkgever te zijn voor met name jong, hoogopgeleid personeel, voor het versterken van relaties met toeleveranciers en, in het geval van beursgenoteerde bedrijven, vanwege druk van aandeelhouders.

Wet- en regelgeving: In meerdere landen en óók op EU-niveau is in toenemende mate aandacht voor IMVO in wet- en regelgeving. Bedrijven wordt hierdoor gevraagd om risico’s voor mens, milieu en maatschappij als gevolg van eigen operaties en in toeleveringsketens in kaart te brengen en maatregelen te nemen om deze risico’s te verkleinen. Concrete voorbeelden zijn er al. De EU heeft in mei 2017 de Verordening voor zgn. ‘conflictmineralen’ gepubliceerd (zie: conflict minerals regulation), op grond waarvan bepaalde bedrijven wordt gevraagd de nodige zorgvuldigheid m.b.t. tin, tantaal, wolfraam en goud in acht te nemen. Naar verwachting zal de werkingssfeer van deze Verordening op termijn worden uitgebreid naar andere metalen en mineralen. In de Verenigde Staten bestaat reeds vergelijkbare regelgeving omtrent conflictmineralen: de zogenaamde Dodd Frank Act section 1502 (zie: Fact sheet Disclosing the Use of Conflict Minerals). Het Verenigd Koninkrijk heeft in 2015 het ‘Anti-Slavery Act’ gepubliceerd (zie: Modern Slavery Act 2015) op basis waarvan bedrijven m.b.t. specifieke mensenrechten hun toeleveringsketens in kaart dienen te brengen en maatregelen moeten nemen om deze risico’s te verkleinen. Ook Frankrijk heeft IMVO-regelgeving gepubliceerd in februari 2017 (zie: ASSEMBLÉE NATIONALE ) op basis waarvan bepaalde bedrijven hun toeleveringsketen in kaart dienen te brengen m.b.t. mensenrechten en milieuomstandigheden.

Wat doet VNMI?
In 2014 publiceerde KPMG in opdracht van de Nederlandse overheid een ‘MVO Sectorrisico-analyse’. De metaal-elektrotechnische keten werd daarbij vanwege mogelijke problemen voor mens, milieu en maatschappij als ‘risicovol’ aangemerkt. De overheid wilde vervolgens met risicovolle sectoren en maatschappelijke organisaties IMVO afspraken maken: ‘de IMVO-convenanten’. Dergelijke convenanten zijn inmiddels met diverse sectoren afgesloten. 

IMVO-convenant metaalketen
Naar aanleiding van het KPMG rapport huurde VNMI adviesbureau CREM als kwartiermaker in om de IMVO-risico’s gedetailleerder in kaart te brengen en te verkennen wat de mogelijkheden van een IMVO-convenant voor de metallurgische sector zijn. In 2017 heeft VNMI, naar aanleiding van het CREM-advies, het initiatief genomen om samen met de Rijksoverheid (ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en diverse maatschappelijke organisaties te komen tot een IMVO-convenant voor de metaalketen. In de periode 2017-2019 is hierover onderhandeld. De ambitie is om dit convenant vóór zomer 2019 te ondertekenen. Dit convenant dient samengevat twee doelen: individuele bedrijven in de metaalketen dienen hun IMVO risico’s in hun internationale ketens in kaart te brengen en, voor zover mogelijk, zich in te spannen om deze risico’s te verkleinen. Dit proces heet due diligence. Daarnaast zullen specifieke IMVO-projecten collectief worden uitgevoerd die een beter IMVO-niveau in de metaalketens mogelijk maken.

Project aanpak kinderarbeid
Anticiperend op dit IMVO convenant namen VNMI-leden Tata Steel, Hunter Douglas en LDM het initiatief om risico’s op kinderarbeid in metallurgische ketens in kaart te brengen. Dit initiatief werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bestrijding Kinderarbeid (FBK, zie: subsidies regelingen Fonds Bestrijding Kinderarbeid ) en adviesbureau CREM. In dit project zijn onder andere twee case studies uitgevoerd, één voor secundaire metalen uit Ghana en één voor primair tin en zink uit Zuid-Amerika. Onderdeel van dit initiatief is ook de ontwikkeling van een VNMI due diligence toolkit.

VNMI-due diligence toolkit
Deze toolkit helpt bedrijven concreet bij het opzetten en uitvoeren van hun due diligence als het gaat om risico’s op kinderarbeid in de metaalketen. Eén module van deze toolkit beschrijft hoe bedrijven due diligence in de bedrijfsvoering kunnen invoeren. Een andere module gaat specifiek over het voorkomen van kinderarbeid in metaalketens.

Onder publicaties vindt u aanvullende informatie.

Terug naar werkgebieden